INTERNATIONAAL
RECHT
van
publiekrechtelijke aard
Deze
individuele pagina uit dit openbaar vrijgegeven digitale
onderzoeksdossier Lagunisol-Gate
is 'opgedragen' aan de rechtsstatelijkheidsfascisten
en hun
handlangers
in het Koninkrijk der
Nederlanden e.o. Wie
de laars past,
trekke
hem uit!
►Individuele Klacht bij EHRM in
Straatsburg resp. aangifte
bij
ICC den Haag gedaan◄
April/mei 2009
INLEIDING
Internationaal recht
(Engels: international law; Frans: droit
international public), tegenwoordig de meest gangbare benaming voor het
geheel van regels van internationaal publiekrechtelijke aard,
dat geldt
in betrekkingen tussen subjecten [onderwerp,
partij] van Internationaal Recht.
Historisch deed de term jus gentium opgang, waarvan de vertaling
‘Volkenrecht’ luidt (Völkerrecht, droit des gens, law of nations).
Jeremy Bentham voerde in 1789 de term ‘international law’ in.
Internationaal recht moet duidelijk worden onderscheiden van
internationaal privaatrecht
(vandaar in het Nederlands ook de term
‘internationaal publiekrecht’).
1. GESCHIEDENIS
Zoals ieder rechtssysteem
bepaalt het Internationaal Recht zèlf, wie
zijn rechtssubjecten [rechtspersonen en
natuurlijke personen] zijn. [B.o.m. / W.I.R.: Denkt u hier maar even over
na, onderdrukten....].
De mogelijkheden daartoe variëren naar de
visie, die men op het internationale of Volkenrecht heeft.
- Sommige
Volkenrechtsgeleerden beschouwen het Internationaal Recht als een
recht,
dat uitsluitend geldt tussen staten en dat afhankelijk is van
de wil
van staten. [Helaas,
Curaçao (en ook de andere Caribische zuster-entiteiten) is geen staat,
maar kennelijk een Hollandse staatskolonie,
denigrerend 'relatie' genoemd in staatsregelingen
en andere wetgevingen
en wetsregels...]
- Anderen gaan ervan uit, dat het Volkenrecht
ondergeschikt
is aan algemene dwingende normen, ontleend aan de samen-leving als
geheel of aan het natuurrecht.
In laatstgenoemde opvattingen staat het
staten geenszins vrij de inhoud van het Volkenrecht naar willekeur te
bepalen.
Deze hoofdstromingen beïnvloeden tot op de dag van heden de
plaats en de functie van het Internationaal Recht.
Zij vinden in het
bijzonder hun oorsprong in de werken van 17de- en 18de-eeuwse
schrijvers over Internationaal Recht.
1. Hugo de Groot
Als stamvaders van het
moderne Volkenrecht gelden Hugo de Groot en
Emmerich de Vattel.
Beiden verdedigden de nog steeds actuele opvatting
van Volkenrecht als recht van en voor staten.
Tussen hun opvattingen
bestaat echter een zeer belangrijk verschil;
De Groot gaat in zijn
grote werk 'De jure belli ac pacis, libri tres' (Over het recht van
oorlog en vrede, 1625) uit van een Volkenrecht als recht dat berust op
de wil van staten.
Deze zijn echter gebonden aan een natuurrecht,
waarvan de mens [natuurlijke persoon, dus
géén rechtspersoon] justitiabel(e) is.
1.2 Emmerich de Vattel
De Vattel erkent óók een
natuurrecht, maar één dat afzonderlijk geldt
voor staten en één voor mensen.
Dit blijkt uit zijn in 1758 verschenen
boek 'Le droit des gens ou principes de la loi naturelle appliqués à la
conduite et aux affaires des nations et des souverains' (Volkenrecht of
beginselen
van natuurrecht, toegepast op het gedrag en de
aangelegenheden van staten en vorsten).
Het natuurrecht voor staten
houdt echter niet méér in, dan de opdracht de soevereiniteit
van alle
staten te eerbiedigen.
In de soevereine gelijkheid van staten ziet deze
auteur de grondslag van het Volkenrecht. Deze visie beantwoordde zó aan
de behoefte van staten in de 18de en 19de eeuw, dat zij de
overhand
kreeg op de andere stroming.
Voor andere rechtssubjecten dan staten was
daarbij in het Volkenrecht geen plaats meer.
1.3 West-Europees Volkenrecht
In de 18de en 19de eeuw
voerden Europese staten sterk de boventoon in
de internationale gemeenschap.
Zij waren niet alleen de grondleggers
van het moderne Volkenrecht, maar bepaalden ook het gezicht ervan.
In
die samenleving was er een zeker evenwicht tussen staten. Het
Volkenrecht kon zich daarom beperken tot het regelen van de afbakening
van rechtsmacht tussen staten en het vreedzaam oplossen van geschillen
daaromtrent.
In de 20ste eeuw, m.n. ten gevolge van de dekolonisatie,
werd dit beeld echter drastisch gewijzigd.
2. ONTWIKKELINGEN
2.1 Particulieren in het Volkenrecht
Het complexe geheel van
internationale betrekkingen is niet goed meer
onder controle te brengen zonder regels van internationaal publiekrecht
voor zowel staten, Internationale Organisaties als particulieren.
Dat
Internationale Organisaties deel kunnen uitmaken van de kring van
Volkenrechtssubjecten [rechtspersonen en Mensen?],
vindt
tegenwoordig
algemeen
erkenning.
Voor
particulieren (natuurlijke personen èn rechtspersonen)
is
dit
punt
nog
steeds omstreden.
Toch zijn er aanwijzingen dat ook dezen vanuit hun
eigen verantwoordelijkheid meer direct betrokken raken bij de
formulering van internationale rechtsregels en de mogelijkheid krijgen
de naleving daarvan op internationaal niveau te verzekeren.
Het streven
naar het opstellen van internationale gedragscodes voor multinationale
ondernemingen [dus
ook de offshorties en, God, wie heeft het bedacht en waarom, de
rechtspersoon het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Ned.
Antillen & Aruba...] illustreert dit.
Een ander voorbeeld biedt de
internationale bescherming van de Rechten
van de Mens [dus niet van rechtspersonen]
en de betekenis
van de zgn. niet-Gouvernementele Organisaties [Ngo's].
Ook het tot stand komen
van tribunalen voor oorlogsmisdaden begaan in het voormalige
Joegoslavië en in Rwanda en het Inter-nationaal Strafhof, waar
oorlogsmisdaden en misdaden tegen de vrede [en
de mensheid] – indien begaan door
individuele personen – kunnen worden vervolgd, past in deze
ontwikkeling.
2.2 Derde-Wereldlanden en de staatskoloniën de Nederlandse Antillen en
Aruba
Onder invloed van
ontwikkelingslanden krijgen bovengenoemde
Volkenrechtsstromingen een eigentijdse waarde.
Deze landen koesteren
duidelijk andere verwachtingen ten aanzien van het Internationaal Recht
dan de rijke(re) landen.
- Anders dan m.n. westerse landen stellen
ontwikkelingslanden enerzijds het beginsel
van de soevereine gelijkheid
van staten met nieuw elan centraal.
- Anderzijds ontlenen zij aan het
Volkenrecht een aanspraak op een zodanige herziening van internationale
(economische) ordening, dat zij hun formele gelijkheid als
soevereine
staten met de rijke landen ook materieel kunnen onderbouwen (zie Nieuwe
Internationale Economische Orde).
Het Internationaal Recht ontkomt er niet meer aan ook de samenwerking
tussen staten te regelen bij internationale sociale en
economische
ordening [lees, sociaal-economische ordening]
en voorzieningen te treffen voor het aandeel van het
particuliere initiatief daarin, m.n. dat van de multinationale
ondernemingen.
[M.a.w.: Onder andere de financiële industrie (de
offshorties), die bewezen hun oorsprong en wortels hebben in het
Europese/- transatlantieker en latere mondiale kolonialisme wil zich
laten beschermen door een recht dat voorkomt uit de geslaafde landen,
volkeren en individuele mensen...].
Vooral ontwikkelingslanden zien het Internationaal Recht als een
instrument voor een rechtvaardigere verdeling van welvaart en van
beslissingsbevoegdheid daaromtrent.
[Echter, als zij de in de vorige alinea
beschreven ontwikkelingen toejuichen en accepteren, dan zullen zij er
weer instinken. Ooit een koloniaal de hand geschud en dat je daarna nog
al je vingers hebt?].
Mede om dit te bereiken staan zij
de erkenning voor van dwingende normen van algemeen Volkenrecht, vooral
ten aanzien van het beheer over en gebruik van natuurlijke rijkdommen.
Als zodanig beschouwen zij bijv. het beginsel
van de permanente
soeve-reiniteit over natuurlijke hulpbronnen.
Deze benadering roept de
vraag op of die belangstelling voor dwingende normen alleen dient voor
een overgangsperiode, òf dat er sprake is van een wezenlijke
verandering.
De positie van ontwikkelingslanden is in dit opzicht nog niet voldoende
uitgekristalliseerd.
Het door toedoen van die landen in de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties (VN) aanvaarde Handvest van
economische rechten en plichten van staten (1974) bevestigt de
klassieke beginselen van Volkenrecht als een op wil van staten
gebaseerd rechtssysteem.
Het sluit als zodanig aan bij de in 1970
aanvaarde Verklaring over beginselen
van Internationaal Recht inzake
vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen staten
(Res.
2625 [XXV]).
Anderzijds treden in het Handvest nieuwe beginselen
op de
voorgrond zoals:
- wederzijds en gelijk voordeel;
- genoegdoening voor
onrecht, dat met geweld is geschied en
- dat een land berooft van de
natuurlijke middelen voor zijn ontwikkeling; bevordering van sociale
gerechtigheid.
2.3 Universeel rechtssysteem
Het Volkenrecht heeft zich
in de 20ste eeuw in een naar samenstelling
sterk gewijzigde statengemeenschap aldus ontwikkeld tot een universeel
rechtssysteem, dat voor de steeds intensiever wordende internationale
betrekkingen regels geeft voor de bescherming van internationale
publieke belangen in een veelheid van sectoren.
Deze sectoren variëren
van administratieve en militaire samenwerking tot sociale
en
economische samenwerking
[Dus niet sociaal-economische samenwerking].
Belangrijke onderdelen daarvan geven
aanleiding tot het ontstaan van speciale onderdelen van internationaal
recht, zoals strafrecht, belastingrecht, monetair recht, economisch
recht, handelsrecht, humanitair oorlogsrecht.
De Verenigde Naties, m.n. de
Algemene Vergadering, hebben een
belangrijk aandeel in de codificatie en
progressieve ontwikkeling van
Internationaal Recht.
Om haar hierin bij te staan heeft de Algemene
Vergadering in 1947 de International Law Commission ingesteld.
Behalve
juridische afdelingen van Internationale Organisaties en regionale
commissies voor Internationaal Recht in het raam van regionale
organisaties houden speciale juridische commissies zich bezig met
bijzondere sectoren, zoals de Rechten van de Mens en handel of
bijzondere onderwerpen, zoals het nieuwe zeerecht. Het vreedzaam
gebruik van de kosmische ruimte, de definitie van agressie, de
formulering van eerder genoemde Verklaring over beginselen
van
Internationaal Recht en verscheidene gedragscodes werden of worden
voorbereid door dergelijke speciale commissies.
Dit niet altijd
overzichtelijke netwerk van activiteiten is gericht op
het opstellen van regels voor de bescherming van traditionele en nieuwe
internationale publieke belangen, zoals het milieu, de
gezondheidszorg,
de bevrediging van basisbehoeften van mensen en de exploratie en
exploitatie van zeebodem en kosmische ruimte.
In de bescherming van het
internationale algemene belang springt de specifieke rol van staten
in
het Internationaal Recht naar voren. Staten houden in velerlei
opzicht
een unieke verantwoordelijkheid in voor de formulering, toepassing en
naleving van internationale rechtsregels. Aan de zorg voor het publieke
belang, zowel nationaal als internationaal, ontleent de moderne
staatsvorm zijn betekenis. Internationaal wordt die betekenis echter
steeds minder bepaald door het eigen soevereine recht van de staat,
maar
door
de
ontwikkeling
van het Internationaal Recht.
Zie ook : Goede Diensten en Bemiddeling
[B.o.m. / W.I.R.: Conclusies;
Daar de staatskoloniën de Antillen, Aruba en Curaçao geen staten
zijn,
maar onder de rechtsmacht en -kracht van het koloniale 'moeder'-land Holland
zouden vallen en dat substantieel ook doen, vallen de eersten niet
onder het boven omschreven Internationale recht... De informatie
mag
als officieel en authentiek beschouwd worden.
Ze zijn op dit punt rechteloos.
Het opportunistische concordantiebeginsel
is geen principieel recht en anderzijds is de nog steeds
bestaande - op
andere
wijze
verkregen- aanwijzingsbevoegdheid | aanwijsbevoegdheid
eenzijdig
werkend vanuit dat neo-koloniale land Holland óók opportunistisch.
Saillant, pregnant en gênant ogenschijnlijk onbelangrijk detail daarbij
is, dat 'de
rechts-persoon het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba' te Willemstad,
(willekeurig) gaat bepalen of niet,
dat
zo'n
aanwijzingsbevoegdheid
| aanwijsbevoegdheid richting de
staatskoloniën dient opgevolgd te worden of niet, en dat de
rechters alhier gaan toetsen of die aanwijzing rechtmatig en terecht is
of niet,
terwijl nagenoeg alle toetsende magistraten zéér grote belangen hebben
in, op en nabij hun safe havens, zoals 'het Spaanse Water' op het
relatie(ei-)landje Curaçao, waarvan akte.
Logisch, dat Aruba dat Hof wilde hebben...
Aan te bevelen is dan ook om, in verband met de niet-rechtsgeldigheid
van het 'referendum 2009' op Curaçao, zonder omwegen, dus rechtstreeks
een 'individuele klacht' bij de Verenigde Naties te deponeren in korte,
duidelijk en eenduidige taal (zie
Verdrag
van
Rome
1950+), of in ieder geval het eerste volk
(minstens 48% daarvan) ter wereld te zijn, die zulks doet; nooit
geschoten is altijd mis!
Een gang naar het Internationale Strafhof in den Haag is mijns inziens
ook mogelijk, daar een volk (minstens 48%
daarvan) haar rechten van haar als geheel c.q. van de
individuele menselijke rechtssubjecten ('justitiabelen' van-
uit de perceptie van de neo-kolonialist) afzonderlijk niet uit
kan/kunnen oefenen, zodat een volk overeenkomstig het Internationale
recht niet bestaat!
De
klacht
dient
heel
snel te geschieden en de inhoud niet
vroegtijdig naar buiten te lekken].
WAARSCHUWING:
B.o.m.
/
W.I.R.
en
HET ORANJE RIJK hebben niets uit te staan
met
Stichting
B.O.M., stichtingbom etc.
en het Nieuwe Rijk, Rotterdam,
en dit is wederzijds.
Sterk af te raden
lectuur: 'M.
K.' van ene A.H., waar ook ik mij zeer nadrukkelijk van
distantieer!
Sterk aanbevolen literatuur: Het door de 3 overheden in het
Oranje Rijk nog steeds als de pest vermeden
boek door Kel Hoben 'HET PÁGARO
LOCO-RESORT'. (Subtitel: Puragua, het zevende Antilliaanse eiland).