CopyRighted&Registered
INFORMATIEVRIJHEID
(Geven èn Ontvangen)
Deze individuele pagina uit dit openbaar vrijgegeven digitale onderzoeksdossier
Lagunisol-Gate is 'opgedragen' aan mijzelf en collega-branchegenoten.


B.o.m.: Voor de goede orde & het juiste begrip: Ik ben geen
afhankelijke
klokkenluider en klik daarom  hier...


[►Meerzijdige disclaimer◄]

Samenvattende benaming voor de vrijheid van individuen, groepen (instellingen) en massamedia om via alle beschikbare communicatiemiddelen (variërend van stencils, flyers, pamfletten, affiches, dossiers, websites, Sms'jes, persorganen en demonstraties & protestmarsen,  bijeenkomsten, tot film, toneel-voorstellingen, platform (politiek), podium (algemeen)  of forum (niet politiek over bepaald item), omroep incl. kabeltelevisie, satellieten en internet, CD-rom's [zoals dit openbare digitaal
wetenschappelijk onderzoeksdossier van Lagunisol-Gate],  andere informatiedragers, zoals postduif, strooi- of uitdeelfolders en affiches, telex, morse en gebarentaal, feiten en  meningen te ontvangen en te vergaren en te houden, alsmede ze aan anderen mee te delen of door te geven, al of niet met gebruikmaking van een of meer van die technische middelen [voor 't 'rechtswezen' draadloze telegrafie. [N.b. 19 mei 2009 toegevoegd: 'rechtswezen' is een Laat-Middeleeuws begrip van vóór de Franse Revolutie
]; 'Right to Give'.


Informatievrijheid omvat de traditionele drukpersvrijheid, gekoppeld aan de afwezigheid van preventieve controle in de vorm van (pré-) censuur, (of opgelegde zelf-censuur door de overheden aan de [advertentie-] afhankelijke pers, om bijvoorbeeld geen namen en zelfs geen initialen te gebruiken van [draaideur-] magistraten alhier, 2008, 21ste eeuw...), alsmede nieuwere rechten zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukken (persvrijheid). Lees dit ook eens.
In het algemeen gaat men ervan uit dat laatstgenoemd recht niet een positieve plicht van de overheid inhoudt om informatie beschikbaar te stellen, maar het opkomende recht van openbaarheid en/of transparantie van bestuur gaat wel in die richting. Echter de resultaten zijn nu in de 21ste eeuw, vooral vanwege de willekeur, de selectiviteit, diep bedroevend, hoogst schrijnend en stuitend...

Van belang is voorts dat informatievrijheid niet alleen betrekking heeft op de journalist, de auteur, de programmamaker en de filmregisseur als beroepscommunicator (zoals de drukpersvrijheid), maar ook de rechtspositie van de ontvanger van informatie omvat; 'Right to Know'.


Het begrip heeft, zij het met wisselende inhoud, erkenning gekregen in diverse verklaringen over de Rechten van de Mens, die sinds 1945 in internationaal verband tot stand zijn gekomen.
Dat gebeurde onder invloed van het westerse – vooral Amerikaanse – politieke overwicht en volgens sommigen vooral met het oog op de grote persbureaus.
Een eerste weerslag leverde de proclamatie van de vrije stroom van informatie en ideeën (free flow of information and ideas) binnen landen en over de grenzen in het Handvest van de Verenigde Naties en in de statuten van de UNESCO.


INFORMATIE ALS MENSENRECHT

Een uitwerking die slechts kracht van aanbeveling heeft bevat art.19 van de Universele verklaring van de Rechten van de Mens (1948).
Deze bepaling verstaat onder vrijheid van mening en meningsuiting ook 'de vrijheid zonder inmenging (censuur) door alle middelen en ongeacht de grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven'.
In het Internationaal Verdrag inzake de Burgerrechten [niet te verwarren met het nationale 'BurgersRecht'] en politieke rechten dat in 1966 in VN-verband werd gesloten, is deze formulering herhaald op een wijze die wèl rechtskracht heeft.
In de voor Nederland [lees: Holland, een deel van het Koninkrijk der NederlandEN] en België bindende Europese Conventie tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van 1950 is de vrijheid van nieuwsgaring achterwege gebleven en wordt alleen gesproken van ontvangen en doorgeven.
Laatstgenoemd verdrag verbindt bovendien een reeks gronden voor inbreuk op de informatievrijheid aan dit rechtsbeginsel, waar trouwens ook het VN-verdrag in voorziet. De groeiende aandacht voor informatievrijheid als overkoepelend begrip in de naoorlogse internationale rechtsontwikkeling gaat in het algemeen gepaard met een nieuwe nadruk op verantwoordelijkheid als tegenhanger van vrijheid.

Waar preventief toezicht (pré-censuur) op de drukpers van oudsher is afgewezen wordt nu een vergunningstelsel voor de omroep algemeen 'aanvaard'. [Lees, preventief toezicht (pré-censuur) dient aanvaard en toegepast, anders verliest men de vergunning...].


[B.o.m.: Anno 2008, 21 eeuw poogt
Minister Omayra Leeflang van de Nederlandse Antillen en 'soort mediaraad' met een regeringscommissaris als controlerende (lees, voor-of achteraf censurerende/corrigerende ambtenaar) in het leven te roepen.

Zij dreigt daarbij eventueel de vergunning van de boodschapper (de media) in te trekken.
Pikant,  gênant en saillant detail is, dat die minister zèlf  via de media zegt, nooit via de media te discussiëren, als zij iets betoogd, dat wederwoord of weerwoord behoeft, maar zelf zogenoemd 'media-gyl' is om haar ranzige en broze ideeën de ether in te spuien.
Men spreekt hier dan ook van het Orakel van Punda...].


Nieuwe aandacht is er ook voor het vraagstuk van de toegang van de burger (of van groepen) tot de media.

[Dit is niet zo vreemd, want het zijn uiteindelijk de burgers, die de media onderhouden, d.m.v. kijk-en luisterbijdrage, abonnementen op kranten (ook sommige online kranten) en door hogere prijzen voor aankopen van producten en diensten, waarin de reclames  voor die producten en diensten weer zijn verwerkt als opslag in de kostprijs. De verkoopprijs wordt weer belast, dus verhoogd met omzetbelasting, wederom voor de schatkist... opdat Omayra haar  'culturele' werk kan blijven doen].

Langzamerhand wordt ook de overheid een andere rol toegedicht. In plaats van de traditionele niet-inmenging [gotspe dus...] wordt meer en meer de wenselijkheid van een actief overheidsbeleid bepleit, teneinde de verscheidenheid van meningsuiting te verzekeren, tegenover verschijnselen als concentratie-tendensen op het economische vlak (bijv. pers-concentraties).

[De tranen schieten me werkelijk in de ogen van ontroering; dit doet mij denken aan die minister van Reichsrundfunk in de 2e wereldoorlog, waarvan ik de naam vergeten ben, omdat het göbbels betrof...].

Ook de verantwoordelijkheid van de media zèlf heeft een nieuwe aandacht gekregen.
In nationaal verband is dat gebeurd door het instellen van een Raad voor de Journalistiek in verscheidene landen, waaronder Nederland [lees, Holland, een deel van het Koninkrijk der NederlandEN] (zie journalistiek).
In internationaal verband is in de jaren zeventig [20ste eeuw, inmiddels ± 35 jaar geleden...] een reactie gegroeid op de 'westerse' wijze, waarop aan de informatievrijheid gestalte is gegeven. De ontwikkelingslanden bleken ontevreden over wat zij beschouwen als cultureel bevooroordeelde, verdraaide en sensationele berichtgeving van de westerse, internationaal werkzame, persbureaus en massamedia over gebeurtenissen in de Derde Wereld.

[Nu in het digitale tijdperk de 21ste eeuw zijn er op internet ontelbare sites, waarin/op de kleurrijke medemens een niet-westers-centrische boodschap brengen, maar de netwerken worden nog steeds door de kleurarme westerlingen gedomineerd en... onderhouden, dus gecontroleerd o.a. door web-surveillance].


NIEUWE INFORMATIE-ORDE


Als doctrinaire grondslag voor een evenwichtiger afweging van rechten en plichten is de gedachte van een nieuwe informatie-orde in de wereld (New World Information Order) gelanceerd – naar analogie van de Nieuwe Internationale Economische Orde– o.m. door de topconferentie van de niet-gebonden landen in Colombo (1976 [alweer]).
Dit concept behelst het herverdelen van de internationale uitwisseling van informatie met inachtneming van de politieke, culturele, sociale en economische identiteit en belangen van staten (of gemeenschappen) en het reguleren daarvan volgens een 'sociaal model'.

De 'nieuwe informatie-orde' is in de jaren tachtig uitgegroeid tot een verzamelnaam voor uiteenlopende initiatieven, zoals:



B.o.m.: Koppelen bestanden
met privacy-gevoelige persoonsgegevens
door 3 machten: Jongeren verwijsindexen en

Big Brother Rouvoet's zuigelingen~terminaal vezelwezens-databaasje
...

Voor de goede orde & het juiste begrip: Ik ben geen
afhankelijke
klokkenluider en klik daarom  hier...


►Oude pagina's in dit openbaar vrijgegeven digitaal onderzoeksdossier Lagunisol-Gate (de CD-rom)
en de online versies
zijn vervallen 
verklaard met ingang van het vrijgeven van de nieuwe versies◄

   
WAARSCHUWING: B.o.m. / W.I.R. en HET ORANJE RIJK  hebben niets uit te staan met
             
Stichting B.O.M., stichtingbom etc. en het Nieuwe Rijk, Rotterdam,              
en dit is wederzijds.


Sterk af te raden lectuur:  'M. K.' van ene A.H., waar ook ik mij zeer nadrukkelijk van distantieer!

Sterk aanbevolen literatuur:  Het door de 3 overheden in het Oranje Rijk nog steeds  als de pest vermeden
boek door Kel Hoben 
'HET PÁGARO LOCO-RESORT'. (Subtitel: Puragua, het zevende Antilliaanse eiland).

Aanbevolen URL (Ga eerst on line !): Onderzoeksjournalistiek

Maar Brinkman mag niet beledigen met zijn flauwe opmerkingen over incidentjes. Dan is ie welkom,
als ie nuchter is...

Ik heb niets tegen de wet;
hun wet heeft kennelijk iets tegen mij!

L'état, c'est moi...
Le loi, c'est moi...

TIP VOOR DE BORG (DE KEIZER VAN DE TOTALITAIRE STAAT IN WORDING à LA EX-DDR MET HAAR NOMENCLATUUR◄

Discussiëren of anderszins, zoals forum, kopij, rectificatie en weerwoord, waarheidscommissie, voor branchegenoten.
Klik op deze tekst-hyperlink voor de desbetreffende pagina in dit openbare digitaal onderzoeksdossier  Lagunisol-Gate

Vorige pagina met bladerknoppen of Alt plus <-  Beginpagina  of  inhoudsopgave van dit openbaar onderzoeksdossier